Licht is één van de belangrijkste factoren voor een comfortabele woning. Voldoende daglicht zorgt voor een prettige leefomgeving, ondersteunt onze gezondheid en vermindert de behoefte aan kunstlicht. Daardoor daalt ook het energieverbruik. Binnen de bouwfysica wordt onderzocht hoe daglicht een gebouw binnenkomt, hoe het zich verspreidt en welke bouwkundige keuzes invloed hebben op de hoeveelheid en kwaliteit van het licht.
In deze les leer je hoe daglicht wordt gemeten, welke factoren de lichtinval beïnvloeden en welke eisen het Bouwbesluit stelt aan daglicht in woningen.

Daglicht heeft verschillende belangrijke functies in een gebouw.
Daglicht ondersteunt onze biologische klok. Mensen die voldoende daglicht krijgen voelen zich vaak fitter, slapen beter en kunnen zich beter concentreren.
Ruimtes met veel natuurlijk licht voelen groter, prettiger en aangenamer aan.
Hoe meer daglicht een woning ontvangt, hoe minder kunstverlichting nodig is. Hierdoor neemt het elektriciteitsverbruik af.
Slim gebruik van daglicht verlaagt het energieverbruik en draagt bij aan een duurzame woning.
Daglicht komt een woning binnen via verschillende openingen:
Na binnenkomst wordt het licht gereflecteerd door plafonds, muren en vloeren. Hierdoor wordt het verder verspreid door de ruimte.
Binnen de bouwfysica worden verschillende grootheden gebruikt om licht te beoordelen.
Verlichtingssterkte geeft aan hoeveel licht op een oppervlak valt.
Eenheid: lux (lx)
Deze waarde wordt gemeten met een luxmeter.
De daglichtfactor vergelijkt de hoeveelheid daglicht binnen met de hoeveelheid daglicht buiten.
Formule
DF = (Binnen / Buiten) × 100%
Voorbeeld:
Daglichtfactor:
DF = 200 / 10.000 × 100 = 2%
Hoe hoger de daglichtfactor, hoe beter de ruimte wordt verlicht.
Lichtsterkte geeft aan hoeveel licht een lamp in één bepaalde richting uitstraalt.
Eenheid: candela (cd)
Luminantie geeft aan hoe helder een oppervlak wordt waargenomen.
Deze grootheid is belangrijk bij verblinding en visueel comfort.
De kleurtemperatuur geeft aan of licht warm of koud oogt.
Eenheid: Kelvin (K)
Lichttransmissie geeft aan hoeveel licht door glas of een ander materiaal heen gaat.
Helder HR++-glas laat veel licht door, terwijl zonwerend glas een deel van het licht tegenhoudt.
De ligging van een woning bepaalt hoeveel zonlicht binnenkomt.
Een goede oriëntatie is belangrijk voor comfort én energiegebruik.
Grotere ramen laten meer daglicht binnen.
Daar tegenover staat dat grotere glasoppervlakken ook kunnen zorgen voor:
Er moet dus altijd een goede balans worden gevonden.
Lichte kleuren weerkaatsen meer licht dan donkere kleuren.
Een wit plafond reflecteert veel daglicht en zorgt ervoor dat een ruimte lichter oogt.
Hoe verder een ruimte van het raam af ligt, hoe minder daglicht aanwezig is.
Als vuistregel geldt dat daglicht ongeveer 2,5 keer de hoogte van het raam diep een ruimte kan verlichten.
Gebouwen, bomen, schuttingen en overstekken kunnen het daglicht tegenhouden.
Hier moet tijdens het ontwerpen rekening mee worden gehouden.
Zonwering voorkomt oververhitting in de zomer.
Goede zonwering laat voldoende daglicht binnen, maar houdt de directe zon zoveel mogelijk tegen.
Voor nieuwbouwwoningen gelden minimale eisen voor daglicht en uitzicht.
Voorbeelden zijn:
| Ruimte | Minimale daglichteis |
|---|---|
| Woonkamer | Minimaal 1,5 m² daglichtopening |
| Keuken | Minimaal 0,5 m² daglichtopening |
| Slaapkamer | Minimaal 0,5 m² daglichtopening |
| Verblijfsruimte | Gemiddelde daglichtfactor ≥ 2% en minimaal 0,5% |
Daarnaast moet een verblijfsruimte voldoende uitzicht naar buiten bieden.
Wanneer dit niet mogelijk is, kunnen oplossingen zoals dakramen, lichtkoepels of verhoogde kozijnen worden toegepast.
Er bestaan verschillende manieren om daglicht een gebouw binnen te brengen.
De meest voorkomende oplossing.
Geschikt voor vrijwel iedere ruimte.
Brengen het daglicht dieper de ruimte in.
Worden veel toegepast in moderne woningen.
Ideaal voor zolders en schuine daken.
Geeft veel direct daglicht.
Veel gebruikt bij platte daken.
Verlicht ruimtes zonder gevelramen.
Langgerekte lichtstrook in een dak.
Veel toegepast in bedrijfshallen en utiliteitsbouw.
Zorgt voor veel daglicht en een sterke relatie tussen binnen en buiten.
Een goed daglichtontwerp begint al tijdens het maken van het ontwerp.
Belangrijke aandachtspunten zijn:
Zo ontstaat een comfortabele woning zonder oververhitting.
Te veel direct zonlicht kan verblinding veroorzaken.
Dit ontstaat wanneer er een groot contrast bestaat tussen lichte en donkere delen van een ruimte.
Verblinding kan worden voorkomen door:
| Begrip | Betekenis |
|---|---|
| Daglichtfactor (DF) | Verhouding tussen daglicht binnen en buiten. |
| Lux (lx) | Eenheid voor verlichtingssterkte. |
| Candela (cd) | Eenheid voor lichtsterkte. |
| Luminantie | Hoe helder een oppervlak wordt waargenomen. |
| Kelvin (K) | Eenheid voor kleurtemperatuur. |
| Lichttransmissie | Hoeveel licht door een materiaal heen gaat. |
| Oriëntatie | De ligging van een gebouw ten opzichte van de zon. |
| Zonwering | Voorziening die direct zonlicht tegenhoudt. |
| Reflectie | Terugkaatsing van licht door een oppervlak. |
Daglicht is essentieel voor een gezonde, comfortabele en energiezuinige woning. Binnen de bouwfysica wordt gekeken naar de hoeveelheid en kwaliteit van het daglicht in een gebouw. Grootheden zoals lux, daglichtfactor (DF) en kleurtemperatuur helpen om licht te meten en te beoordelen. De hoeveelheid daglicht wordt beïnvloed door de oriëntatie van het gebouw, de grootte van de ramen, de reflectie van oppervlakken, de diepte van de ruimte en eventuele obstakels buiten. Het Bouwbesluit stelt minimale eisen aan daglicht en uitzicht om een gezond binnenklimaat te waarborgen. Door een goede balans te vinden tussen daglicht, zonwering en isolatie ontstaat een comfortabele woning met een laag energieverbruik.