Hout is één van de oudste bouwmaterialen ter wereld en speelt nog altijd een belangrijke rol in de moderne bouw. Vrijwel iedere woning bevat hout, of het nu gaat om de dakconstructie, kozijnen, gevelbekleding, vloeren of interieurafwerking. Hout is sterk, relatief licht, eenvoudig te bewerken en bovendien een hernieuwbare grondstof. Wanneer het afkomstig is uit duurzaam beheerde bossen, behoort hout zelfs tot de meest milieuvriendelijke bouwmaterialen.
Niet iedere houtsoort is echter hetzelfde. Elke houtsoort heeft zijn eigen eigenschappen op het gebied van sterkte, duurzaamheid, gewicht en uitstraling. Daarom is het belangrijk om de juiste houtsoort te kiezen voor de juiste toepassing.
Hout onderscheidt zich van andere bouwmaterialen doordat het een levend natuurproduct is. Ook nadat een boom is gekapt blijft hout reageren op veranderingen in temperatuur en luchtvochtigheid. Bij een hoge luchtvochtigheid neemt hout vocht op en zet het iets uit. Wanneer het droger wordt, krimpt het weer.
Hierdoor kan hout gaan werken. Bij een goede detaillering en een juiste verwerking hoeft dit geen probleem te zijn, maar het is wel iets waar iedere bouwkundige rekening mee moet houden.
Ondanks deze eigenschap heeft hout veel voordelen. Het heeft een uitstekende sterkte-gewichtsverhouding, is gemakkelijk te zagen en te bewerken en is geschikt voor zowel constructieve als decoratieve toepassingen.
Alle houtsoorten kunnen grofweg worden verdeeld in twee groepen: naaldhout en loofhout.
Naaldhout is afkomstig van naaldbomen, zoals sparren en dennen. Deze bomen groeien relatief snel en leveren daardoor betaalbaar hout op. Naaldhout is meestal licht van kleur, relatief zacht en eenvoudig te bewerken.
In Nederland wordt naaldhout vooral gebruikt voor constructiewerk, zoals daken, vloeren en houtskeletbouw.
Loofhout is afkomstig van loofbomen, zoals eiken, beuken en tropische hardhoutsoorten. Deze bomen groeien langzamer en hebben meestal een hogere dichtheid.
Loofhout is vaak harder, slijtvaster en duurzamer dan naaldhout. Daardoor wordt het veel toegepast voor kozijnen, vloeren, trappen en buitentoepassingen.
Vurenhout is veruit de meest gebruikte houtsoort in de Nederlandse bouw. Het is afkomstig uit Scandinavië en Noord-Europa en heeft een lichte, geelachtige kleur.
Vuren is gemakkelijk te zagen, schaven en schroeven. Bovendien is het relatief goedkoop. Daarom wordt het veel toegepast voor regelwerk, dakconstructies, vloeren, gordingen en binnenbetimmeringen.
De natuurlijke duurzaamheid is beperkt. Onbehandeld vurenhout is daarom minder geschikt voor buitentoepassingen.
Douglas is eveneens een naaldhoutsoort, maar is sterker en duurzamer dan vurenhout. Het hout heeft een warme roodbruine kleur en bevat veel hars.
Douglas wordt veel toegepast voor veranda’s, pergola’s, gevelbekleding en zware houten constructies. Omdat het van nature duurzamer is, kan het buiten vaak onbehandeld worden toegepast.
Larikshout lijkt sterk op Douglas, maar heeft meestal een iets lichtere kleur. Het is sterk, stabiel en redelijk duurzaam.
Door de goede weersbestendigheid wordt lariks veel gebruikt voor gevelbekleding, schuttingen, kozijnen en vlonders.
Eikenhout behoort tot de bekendste Europese hardhoutsoorten. Het is zwaar, zeer sterk en heeft een karakteristieke nerfstructuur.
Eiken wordt veel gebruikt voor zichtconstructies, trappen, balken, kozijnen en hoogwaardige meubels. Door de mooie uitstraling kiezen architecten vaak voor eiken wanneer het hout zichtbaar blijft.
Beukenhout is een harde loofhoutsoort met een lichte kleur en een fijne structuur. Het laat zich uitstekend bewerken en wordt veel toegepast in interieurs.
Omdat beuken minder goed bestand is tegen vocht, wordt het vooral binnenshuis gebruikt voor trappen, vloeren, meubels en werkbanken.
Meranti is een tropische hardhoutsoort die al tientallen jaren veel wordt toegepast in de Nederlandse bouw.
Het hout heeft een roodbruine kleur en is zeer geschikt voor kozijnen, ramen en deuren. Meranti combineert een goede duurzaamheid met een relatief eenvoudige bewerkbaarheid.
Door de beschikbaarheid van duurzamere alternatieven wordt tegenwoordig steeds kritischer gekeken naar de herkomst van tropisch hardhout.
Accoya is geen natuurlijke houtsoort, maar gemodificeerd hout. Meestal wordt snelgroeiend naaldhout behandeld met een speciaal proces, acetylatie genoemd.
Hierdoor wordt het hout veel duurzamer, neemt het nauwelijks nog vocht op en blijft het zeer vormvast. Accoya heeft daardoor een levensduur die vergelijkbaar is met de beste tropische hardhoutsoorten.
Het wordt veel toegepast voor kozijnen, gevelbekleding en buitenschrijnwerk.
Bij het kiezen van hout spelen verschillende eigenschappen een rol.
Hout neemt vocht op uit de omgeving en staat dit ook weer af. Hierdoor kan het uitzetten of krimpen.
Goed gedroogd hout is stabieler en minder gevoelig voor scheuren en kromtrekken. Daarom wordt constructiehout meestal kunstmatig teruggedroogd voordat het wordt verwerkt.
De sterkte van hout hangt af van de houtsoort, de kwaliteit en eventuele noesten. Vooral bij dragende constructies is dit belangrijk.
Hoewel hout brandbaar is, gedraagt het zich verrassend voorspelbaar tijdens brand. De buitenste laag verkoolt, waardoor de binnenzijde langere tijd beschermd blijft. Daarom worden grote houten constructies tegenwoordig steeds vaker toegepast.
Constructiehout wordt ingedeeld in sterkteklassen volgens de Europese norm NEN-EN 338.
Veel voorkomende sterkteklassen zijn:
Hoe hoger het getal achter de C, hoe sterker het hout.
In de woningbouw wordt meestal C24-vurenhout toegepast.
Naast sterkte is ook de natuurlijke duurzaamheid belangrijk. Hiervoor worden houtsoorten ingedeeld in vijf duurzaamheidsklassen.
Klasse 1 is zeer duurzaam en geschikt voor permanente buitentoepassingen.
Klasse 2 is duurzaam en geschikt voor buitengebruik boven de grond.
Klasse 3 is matig duurzaam en wordt meestal toegepast wanneer het hout tegen regen wordt beschermd.
Klasse 4 is weinig duurzaam.
Klasse 5 is niet duurzaam en daarom alleen geschikt voor droge binnentoepassingen.
Door hout te impregneren of thermisch te modificeren kan de levensduur aanzienlijk worden verlengd.
Om hout langer mee te laten gaan wordt het vaak behandeld.
Impregneren beschermt tegen schimmels, insecten en vocht en wordt veel toegepast bij constructiehout voor buiten.
Thermisch gemodificeerd hout wordt onder hoge temperatuur behandeld, waardoor het stabieler en duurzamer wordt zonder gebruik van chemische middelen.
Daarnaast wordt hout vaak afgewerkt met verf, beits of olie. Deze afwerkingen beschermen tegen vocht, vuil en uv-straling en verlengen de levensduur.
In de bouw worden veel standaardmaten gebruikt.
Regels zijn bijvoorbeeld verkrijgbaar in afmetingen zoals 18 × 44 mm, 22 × 50 mm en 38 × 89 mm.
Voor constructiewerk worden vaak balken toegepast van 45 × 70 mm, 45 × 95 mm en 45 × 145 mm.
Planken zijn meestal 18 millimeter dik en verkrijgbaar in verschillende breedtes, afhankelijk van de toepassing.
Door gebruik te maken van standaardmaten kan efficiënt worden gebouwd en ontstaat minder zaagverlies.
Bij het kiezen van hout is het belangrijk om eerst te bepalen waar het voor wordt gebruikt. Constructiehout stelt andere eisen dan hout voor meubels of gevelbekleding.
Controleer daarnaast altijd de sterkteklasse wanneer het hout dragend wordt toegepast. Let ook op de kwaliteit van het hout. Rechte balken met weinig noesten zijn gemakkelijker te verwerken en leveren een betere constructie op.
Kies bij voorkeur hout met een FSC®- of PEFC-keurmerk. Daarmee weet je dat het afkomstig is uit duurzaam beheerde bossen.
Bewaar hout altijd droog, vlak en goed geventileerd. Zo voorkom je dat het kromtrekt voordat het wordt verwerkt.
Hout is een veelzijdig en duurzaam bouwmateriaal dat zowel voor constructies als voor afwerkingen wordt gebruikt. De meest toegepaste houtsoorten in Nederland zijn vuren, Douglas, lariks, eiken, beuken, meranti en Accoya. Elke houtsoort heeft zijn eigen eigenschappen op het gebied van sterkte, duurzaamheid, gewicht en uitstraling.
Voor constructiewerk wordt meestal C24-vurenhout gebruikt, terwijl hardhoutsoorten zoals eiken en meranti vaker worden toegepast voor kozijnen, trappen en buitenschrijnwerk. Door daarnaast rekening te houden met de duurzaamheidsklasse, vochtbelasting en eventuele behandeling kan voor iedere bouwtoepassing de juiste houtsoort worden gekozen.
Een goede bouwkundige kijkt daarom niet alleen naar de prijs van het hout, maar ook naar de technische eigenschappen, de levensduur en de duurzaamheid. Zo ontstaat een veilige, sterke en duurzame constructie die jarenlang meegaat.