Wanneer je een schroef indraait, lijkt het kiezen van een bitje misschien een klein detail. Toch bepaalt juist het bitje voor een groot deel hoe gemakkelijk, veilig en nauwkeurig je kunt werken. Een verkeerd bitje zorgt ervoor dat de schroef beschadigt, de bit doorslipt of zelfs afbreekt. Daarom is het belangrijk om te weten welke soorten bitjes er zijn en wanneer je ze gebruikt.
Bitjes worden gebruikt in accuschroefmachines, slagschroevendraaiers en boormachines met bithouder. De meeste bitjes hebben een standaard ¼ inch zeskantaansluiting, waardoor ze in vrijwel iedere bithouder passen. Er bestaan ook quick-release bitjes, die snel in een bithouder kunnen worden geklikt, en speciale slagbits met een versterkte aansluiting voor gebruik in slagschroevendraaiers.
Een goed passend bitje zorgt ervoor dat de kracht van de schroefmachine optimaal wordt overgebracht op de schroef. Hierdoor hoef je minder druk uit te oefenen en is de kans kleiner dat de bit uit de schroef schiet. Dit voorkomt beschadigingen aan zowel de schroef als het materiaal waarin je werkt. Bovendien gaan zowel de bitjes als de schroeven langer mee en werk je sneller en veiliger.
Het oudste en bekendste bitje is de Phillips (PH). Dit kruisvormige bit wordt veel toegepast bij houtschroeven, gipsplaatschroeven en universele schroeven. Het centreert goed in de schroef, maar heeft als nadeel dat het bij hoge belasting gemakkelijker kan doorslippen.
Daarom zie je tegenwoordig steeds vaker de Pozidriv (PZ). Dit bit lijkt sterk op een Phillips-bit, maar heeft extra groeven waardoor het meer grip biedt. Hierdoor kan meer kracht worden overgebracht en is de kans op doorslippen kleiner. Pozidriv wordt veel gebruikt bij houtschroeven, spaanplaatschroeven en constructieschroeven.
De laatste jaren is Torx (TX) uitgegroeid tot de standaard in de bouw. Door de zespuntige stervorm heeft een Torx-bit veel contactoppervlak met de schroef. Hierdoor wordt de kracht efficiënt overgebracht en ontstaat er nauwelijks cam-out, het verschijnsel waarbij de bit uit de schroef wordt gedrukt. Torx wordt veel toegepast bij constructieschroeven, gevelschroeven en terrasschroeven. Veel voorkomende maten zijn TX10, TX15, TX20, TX25, TX30 en TX40.
Een Inbus- of Hex-bit heeft een zeskantige vorm en wordt gebruikt voor meubelverbindingen, machines en speciale houtschroeven. De zeskant zorgt voor een stevige verbinding en maakt het mogelijk om relatief hoge krachten over te brengen.
Het Square-bit, ook wel Robertson genoemd, heeft een vierkante aansluiting. Dit bit biedt veel grip en voorkomt vrijwel volledig dat de bit uit de schroef schiet. Vooral in Noord-Amerika wordt dit systeem veel toegepast, maar ook in Europa kom je het steeds vaker tegen bij constructieschroeven en houtverbindingen.
Het sleufbit is het oudste type bit. Hoewel het nog steeds voorkomt bij oudere installaties en elektrotechnische toepassingen, wordt het in de moderne bouw steeds minder gebruikt. De kans dat de bit van de schroef glijdt is namelijk relatief groot.
Voor toepassingen waarbij onbevoegd losdraaien moet worden voorkomen bestaat de Torx met pen (TX-TR). In het midden van de schroef bevindt zich een pen, waardoor alleen een speciaal veiligheidsbit past. Dit type wordt gebruikt bij openbare gebouwen, hang- en sluitwerk en technische installaties.
Daarnaast bestaan er combi-bitjes, waarmee zowel Phillips- als sleufschroeven kunnen worden aangedraaid. Deze worden vooral gebruikt voor onderhoudswerk en kleine montageklussen.
Bitjes zijn verkrijgbaar in verschillende lengtes. Een standaardbit van 25 millimeter is geschikt voor de meeste werkzaamheden. Voor moeilijk bereikbare plaatsen zijn bitjes van 50, 75, 90 of zelfs 150 millimeter verkrijgbaar. Hoe langer het bit, hoe gemakkelijker je op lastig bereikbare plekken kunt werken, maar een lang bit is ook gevoeliger voor verbuigen.
Bij hout worden vooral PH-, PZ- en Torx-bitjes gebruikt. Vooral Torx biedt bij moderne constructieschroeven veel grip en maakt het mogelijk om grote schroeven zonder problemen in hardhout te draaien.
Bij metalen constructies worden meestal Torx- of Phillips-schroeven toegepast, vaak in combinatie met zelfborende schroeven.
Voor beton of steen gebruik je geen bit rechtstreeks in het materiaal. Eerst wordt een gat geboord en een plug geplaatst, waarna een geschikte schroef met bijvoorbeeld een Torx- of Inbus-bit wordt aangedraaid.
Bij zware toepassingen, zoals grote houtconstructies of staalverbindingen, wordt vaak een slagschroevendraaier gebruikt. Hiervoor zijn speciale slagbits ontwikkeld. Deze zijn gemaakt van extra taai staal en kunnen de hoge torsiekrachten van een slagschroevendraaier opvangen zonder snel af te breken. Hierdoor gaan ze aanzienlijk langer mee dan gewone bitjes.
Op de bouwplaats ontstaan problemen vaak doordat het verkeerde bit wordt gebruikt. Een Phillips-bit in een Pozidriv-schroef lijkt misschien goed te passen, maar zal sneller doorslippen. Ook versleten bitjes veroorzaken veel schade aan schroefkoppen. Daarnaast is het belangrijk om het bit recht op de schroef te houden. Wanneer de schroefmachine scheef wordt gehouden, neemt de kans op beschadiging of breuk toe.
Controleer daarom altijd of de maat van het bit overeenkomt met de maat van de schroef. Een te klein of te groot bit grijpt onvoldoende aan en beschadigt de schroefkop.
Hoewel bitjes klein zijn, hebben ze een grote invloed op de kwaliteit van het werk. Door het juiste type en de juiste maat te kiezen, wordt de kracht optimaal overgebracht en blijven zowel de schroef als het gereedschap langer in goede conditie. In de moderne bouw is Torx het meest gebruikte systeem vanwege de uitstekende grip en de hoge krachtoverbrenging. Pozidriv wordt nog veel toegepast bij houtschroeven, terwijl Phillips vooral voorkomt bij lichtere toepassingen. Voor zware constructiewerkzaamheden is het verstandig om speciale slagbits te gebruiken.
Een vakman kiest daarom niet alleen de juiste schroef, maar ook altijd het bit dat daar perfect bij past. Dat zorgt voor sneller, veiliger en nauwkeuriger werken op de bouwplaats.